De upcycle farm als exportproduct (IV)

10 januari 2019

Roger Engelberts - De VN heeft een visie geschreven over hoe we de wereld kunnen voeden. De visie van de Verenigde Naties past 1 op 1 op de visie van de Sustainable Urban Delta van Meiny Prins. De VN visie luidt als volgt; “Mozaïeken van duurzame en regeneratieve productiesystemen welke ook de productiviteit van kleinschalige boeren verhoogt.” Okay wat houdt ons dan tegen vraag je je af. Dat is het systeem. Het geldende systeem waar we in zitten en wat je niet snel verandert. 

De VN Mozaïek past als een puzzelstukje in het Rijksbrede programma Circulaire Economie. Die kleinschalige mozaïeken gaan uit van het sluiten van kringlopen, behoud van kwaliteit van bodem, water en lucht en minder import via het gat van Rotterdam. 

Prioriteit 1 in dat programma is voedsel en biomassa. Als we de land- en tuinbouw langs die circulaire meetlat houden dan scoren we geen punten. Sterker, we boeren achteruit. We bewegen de verkeerde richting op; de doodlopende race naar de bodem. Nederland kent veel monocultuurboerderijen die niet circulair denken, doen of werken. Tussen 2008 en 2018 is 30 % van de boeren en tuinders gestopt en tegelijk is het areaal per bedrijf met 30% gegroeid. En het gebruik van meststof(overtredingen), kunstmest en gewasbescherming is de norm geworden. Met de carbon footprint en de uitstoot van het 28 x schadelijker methaan of het 265 x schadelijker lachgas gaan we nooit de Parijse Klimaatdoelen halen. 

Makkelijk (her)schrijven dit. Maar hoe moeten we veranderen? Wetenschappers die de transitie (sectorale verandering) benoemen beschrijven een andere focus. Weg van fysieke eindproducten en commodities als melkpoeder, bieten en aardappelen. Op naar export van kennis(sen) en kennis van verdienmodellen. Van product naar dienst dus, als we van onze productkennis dienstenkennis kunnen maken hebben we pas echt een innovatie te pakken. En wat doe je dan met de laatste pakweg 50.000 boeren (1950: 400.000 boeren en tuinders)? Die help je verhuizen vanuit het lineaire boerderijdoen waarin ze agro-producten maken naar het circulaire boerderijdenken en kennis en diensten exploiteren en vooral exploreren.

De Upcycle Farm dus als exportproduct. Met technologische oplossingen om water, bodem, lage ziektedruk en groei te bevorderen. Het gemengde bedrijf van opa maar dan anno 2030 met diverse gewassen en diverse dieren. Die kringlopen versterken en upcyclen. Afval bestaat niet. 

Zoiets kan worden versterkt door een beweging die ook wel wordt geduid als Gemeenschaps Landbouw. Deze beweging in een notendop:  burgers werken in een korte keten direct samen met de boer. Het goede nieuws: we zijn al van de wal. Laten we de eerste Herenboerderijen als lakmoesproef allang hebben. En precisielandbouw waarbij we naar behoefte met minimale middelen werken i.p.v. volveldse bespuitingen. Laten we dat nu net in Nederland al zien en aanwakkeren. Herenboeren in Boxtel waar 200 consumenten een boerderij runnen, akkerbouwer Jacob van den Borne die wereldwijd lezingen geeft over smartfarming. De kop is er af. Met onze nieuwe visie en een boerderijproduct als dienst kunnen boeren wereldwijd voedsel produceren voor locale consumptie. Grote bijvangst; zo’n Upcycle Farm is kennisintensief en leidt tot een nieuwe hoogwaardige banenmotor. Da’s wat anders dan de 700.000 Polen in de sector die nu worden gemarginaliseerd t.b.v. een lagere kostprijs. 

Wow, op deze wijze kunnen we kleinschalige oplossingen grootschalig wegzetten volledig passend in de Sustainable Urban Delta.

Lees ook de vorige blogs uit deze serie rondom de Sustainable Urban Delta:
> De pincode van de wereld verandert... (I)
Focus op een GIDS land voor de Sustainable Urban Delta​ (II)

> Sustainable Urban Delta (III)

Deel dit bericht