Meer items laden
 Je hebt het einde bereikt, probeer je zoekterm te verfijnen als je niet het gewenste resultaat hebt gevonden.
 Sorry, er zijn geen resultaten gevonden op deze zoekterm
Logo Imagro
31 October 2025 door Paul Houtepen

Hoog Tijd voor een voedingsstrategie in ruil voor een plantaardige strategie

We zien in Nederland, maar ook in andere landen van de wereld, een stagnatie van de switch van dierlijk naar plantaardig eiwit. Als bedenker van Valess, al in 2005 geïntroduceerd in Nederland, valt me dat tegen. En toch kan ik het goed verklaren. Allereerst is de naam van het segment vegetarisch verpest. Al dan niet terecht associëren consumenten dit met niet lekker en not the real thing. Ten tweede is duurzaamheid een rationele drijfveer die het verliest van smaak, prijs en gewoonte. Ten derde is het eetrepertoire van veel mensen traditioneel en routine gestuurd, dat doorbreek je niet makkelijk. En ten vierde is er simpelweg een te groot aanbod van dezelfde vleesvervangers. Ze laten de kans liggen ’t aanbod echt te verrijken.

Consumentengedrag

De inzet op vleesvervangers en oproepen tot het mijden van vlees, hebben tot een averechts effect geleid: Een gedeelte van de bevolking is aangemoedigd om vast te houden aan hun bestaande dieet met te veel vlees, blijf van mijn gehaktbal af! Dit geeft ons als maatschappij een uitdaging. Want duurzaamheid én gezondheid zijn sterke argumenten om ons voedingsdieet te veranderen. Daarom moeten we ons uitgangspunt veranderen: niet het geheven vingertje naar vleeseters, niet plantaardig als uitgangspunt. De stip op de horizon moet het EAT-Lancet-dieet zijn. De zwaarwetenschappelijke commissie hierachter heeft zojuist haar 2e rapport gepubliceerd. Uitgangspunt voor dit dieet zijn de planetaire grenzen. Er kan vlees gegeten blijven worden, maar wel in veel mindere mate dan we nu doen in Nederland en alle Westerse landen. Hoe gaan we consumenten daartoe verleiden?

Verleiden in plaats van overtuigen

Nu zoem ik even uit van de consument naar de burger. Je ziet, dat een cultureel-maatschappelijke voorhoede in steden als Amsterdam, Utrecht en Nijmegen duurzaam gedreven genoeg is om een alternatief dieet te omarmen. Op die, in innovatietermen, ‘early adopters’ hoeven we ons niet te richten. Om maatschappelijk de meeste impact te scoren dienen we ons te richten op de ‘early en late majority’. Die woont in Zuid, Noord en Oost-Nederland. Vanuit de politieke ontwikkelingen in ons land mogen we leren, dat we die mensen niet cultureel voor ’t hoofd moeten stoten. We kunnen ze verleiden over de as van hun bestaande eetpatroon. Daar voelen ze zich senang bij, daar liggen aanknopingspunten voor verandering.

Systeemverandering

In het huidige voedselsysteem is vlees relatief goedkoop, wordt er veel promotie mee gemaakt door retailers én ontbreekt bij veel consumenten voedingskundige kennis om alternatieven voor vlees op waarde te kunnen schatten. Dit betekent dat bij de huidige vrije marktwerking dit systeem slechts langzaam tot wijzigingen in ons eetpatroon zal leiden. Hier heeft ook het RIVM in 2024 al op gewezen. We hebben een systeemverandering nodig en dat vereist actie van alle spelers in dat systeem, zoals de systeemtransitiemodellen ons leren.

Kan het anders en beter? Ja. Maar ik zie een blinde vlek. Er is te weinig oog voor de rol van het voedselrepertoire. Dat repertoire bestaat uit 3 cirkels. De binnenste cirkel zijn de wekelijks terugkerende maaltijden. De gemiddelde consument gebruikt daarvoor slechts zo’n 8 maaltijden, die eenmaal per een á twee weken terugkomen. Daaromheen een cirkel van variatiemaaltijden die minder frequent voorkomt, maar waarvoor de consument nog geen recept op hoeft te zoeken. In de derde cirkel de bijzondere maaltijden: in het weekend, bij feestdagen of een etentje met vrienden of familie, daar gebruiken we vaak recepten voor.

Een nieuwe route

Dat repertoire verschilt per seizoen en vooral ook per regio. Als we dat repertoire doorgronden, kunnen we het als aanknopingspunt gebruiken om variaties daarop aan te bieden: Dat voelt vertrouwd, geeft minder faalangst en wordt beter geaccepteerd aan tafel. Die variaties kunnen hybride oplossingen zijn, maar bijvoorbeeld ook plantaardige variaties zoals Chili sin carne of Nasi met minder vleesstukjes én nieuwe repertoirehelden zoals plantaardige poké bowl. Er is kennis, steun en kapitaal nodig om deze route uit te rollen.

En aangezien het een systeemverandering is, is er meer nodig. De overheid zal in moeten grijpen op bijvoorbeeld de prijsvorming en moeten bevorderen dat voedingskundige kennis structureel in het curriculum van middelbare scholen komt. Financiers moeten hun verantwoordelijkheid pakken om veranderingen te financieren en marktpartijen moeten hun innovatie en activatie hierop richten. Met het voedselrepertoire als basis en de inzet van eenieder komen we tot een effectieve voedingsstrategie.

Wie past de handschoen?

Samen deze verandering oppakken?

Kom in contact met Paul

Deel dit artikel

Ook interessant

Van een breed gedragen toekomstperspectief naar een ondernemersgedreven samenwerkingsmodel mét impact

Greenport Zuidoost-Nederland

Een iconisch melkveeras verdient een merk dat meebeweegt

Rebranding Norwegian Red

Een strategie die werkt tot op de werkvloer

Succesvolle lancering van Tribelli Seedless®

Enza Zaden zet een nieuwe stap in de markt

Geno: bouwen aan een gedragen internationale strategie

Interne activatiecampagne: hoe Duynie haar strategie laat leven

Duynie

Grip op bedrijfsovername: een platform met kennis, tools en tips

Bouwen aan communicatie: klantgericht groeien met Etilex

Handreiking voor plaatsgebonden maatwerk voor blijvende agrarische ondernemers

Provincie Limburg en Limburgse Land- en Tuinbouw Bond

Strategisch Kompas 2040

Waterschap Rijn en IJssel