IMAGRO goes CHINA 4

6 november 2015

Judith van Heck ging namens Imagro mee op de handelsmissie naar China.  

Wat eten we vandaag?

De korte nachten en het volle dagprogramma zijn inmiddels stevig voelbaar. De wekker van het hotel, die van de telefoon en nog een tweede wekker van het hotel winnen de wedstrijd van mijn slaap. Opstaan voor een laatste dag in het bruisende Shanghai. Een stad die je opzuigt en waar je van de skyline geen genoeg krijgt. Ik moet je bekennen, een skybar op de 32ste etage met hottub en heerlijke wijn, dat moet je meemaken. Toch?

Vandaag bezoek ik met een aantal mannen die werkzaam zijn in de vleesbranche twee supermarkten. Eén high end en één vrij gemiddeld. Het regent behoorlijk dus wurmen we ons met z’n vieren in de taxi. Bij een groot winkelcentrum stappen we uit. In de kelder vinden we de supermarkt. Direct bij binnenkomst stuiten we net als in Nederland op de groente- en fruitafdeling. Het ligt er prachtig bij: mooie druiven, kiwi’s, alle groenten verpakt en keurig uitgestald. Weinig nieuws. Op de visafdeling begint het duidelijk te worden waarom voedselveiligheid zo’n groot issue is. In grote bakken water zwemmen diverse vissoorten, nou niet helemaal, het merendeel ligt op de rug op de bodem, happend naar zuurstof. Langzaam zullen ze stikken, de stakkers.

Direct na de uitgebreide visafdeling komen we op een hele grote vleesafdeling. Hier wordt het verschil met het Westerse menu goed zichtbaar. Chinezen houden van kauwen, zo leer ik. Botten met een beetje vlees, oren, neuzen, magen, hersenen, hanenpoten met dikke pezen vinden ze heerlijk; het ligt er allemaal. Toppunt op de vleesafdeling is toch wel de graaibak. Zoiets als de sokkenbak bij de Zeeman maar dan met hompen vlees. Niet gekoeld en niet verpakt. Een medewerker hakt het vlees en de botten ter plekke in kleinere stukken en gooit ze in de graaibak (de slager staat hier dus op de winkelvloer voor de optimale verwaarding). De shoppers graaien een beetje in het vlees op zoek naar het beste stuk. Het is duidelijk waarom de Chinese markt zo cruciaal is voor de Europese slachterijen. Alles wat we in het Westen niet op het bord willen, vinden de Chinezen verrukkelijk. Da’s nog eens een complementaire markt.

Na het vlees presenteert de supermarkt haar eiland met algen, zeewier en gedroogde vis. Ter plekke zijn medewerkers bezig om hapjes klaar te maken. Ze dragen keurig een mondkapje, maar hebben geen idee van hygiëne. Handschoentjes en koelingen dat zou een stuk effectiever zijn. Marktkansen voor aanbieders van HACCP-trainingen stellen we vast.

Op de zuivelafdeling valt het op dat ondanks de lactose intolerantie die veel Chinezen hebben, behoorlijk wat melk (in kleine pakjes) en yoghurt te verkrijgen is. Kaas – behalve de lachende koe – ligt er nauwelijks. Ondertussen worden we werkelijk gillend gek van de medewerkers die onverstoord doorgaan met het aanprijzen van producten. Schreeuwend in hun microfoontjes. Vergelijk de geluidskwaliteit met die van een steward die tijdens een budgetvlucht krasloten probeert te slijten. Via het bloemstalletje met zorgvuldig per stuk verpakte rozen en anturium zoeken we de roltrap naar boven. Alsof je zo weer de Westerse wereld instapt. Alle fashionwinkeltjes gebruiken hier Westerse modellen in de fotografie. Jammer. Jaloers kijk ik naar een mooie Chinese dame die zich ter plekke trakteert op een gezichtsmasker. Dat doe ik de vleesmannen maar niet aan.

Op naar de volgende super. Wederom in de kelder, deze keer echter in een van de meest luxe shoppingmalls die je je kunt bedenken. Via Gucci en Prada dalen we af naar de foodsectie. Deze formule is voor de happy few. Dry aged vlees, prachtige exotische vruchten en alle bekenden merken. Zelfs Duvel en Trappist zijn verkrijgbaar. Het is er rustig. De medewerkers hobbelen vooral achter ons aan. Bang dat we nog meer foto’s maken. Wat hebben ze hier nu te verbergen, vraag ik me af. Alles staat er strak bij. Eigenlijk is het maar een saaie, kille bedoeling. Snel weer naar boven in de glitter en glamour van het enorme complex. Met glazen liften, koper getinte roltrappen die afsteken tegen het verder volledig hoogglans witte decor, shop-in-shop acht verdiepingen hoog. Ik verlang naar de bazaar waar verwondering en verbazing niet bedacht is.

De economische missie sluiten we af met een chic diner. Zonder varkenstong, -oor of ­-poot maar met de enige echte oranje bospeen.
 

Deel dit bericht