Makkelijk te zeggen, moeilijk te veranderen

23 augustus 2018

Hoe kómen we eigenlijk bij ons huidige grootschalige voedselproductiesysteem? En hoe kunnen we het veranderen? Innovatiesocioloog Bart Bremmer over het ontstaan en veranderen van systemen.

‘Belachelijk, dat supermarkten zoveel plastic gebruiken.’ ‘Echt stom, dat boeren op zo’n grote schaal produceren.’ Makkelijk om te zeggen, maar moeilijk om te veranderen. Zeker, er bestaan kleinschalige duurzame initiatieven, maar voor échte verandering is méér nodig. Hoe we beweging krijgen in ons huidige voedselproductiesysteem? Dat begint met een blik op de historie.

Meer, groter, sneller
Nooit meer oorlog! Nooit meer honger! Dat was het mantra na de Tweede Wereldoorlog. Decennialang werd er naast vrede keihard ingezet op voldoende voedsel. Agrarisch ondernemers, overheid, onderzoek en onderwijs werkten voortdurend aan specialisatie, professionalisering en schaalvergroting. Minder boeren gingen méér produceren. Nederland werd een van de besten van de klas. Een voorloper in de modernisering van de landbouw.

Keerzijde van het succes
Vanaf de jaren ’90 wordt duidelijk dat de eenzijdige focus op productie-efficiëntie negatieve gevolgen heeft voor natuur, milieu en volksgezondheid. Tegelijkertijd veranderen de maatschappelijke behoeften: er komt steeds meer aandacht voor duurzaamheid, milieu, authenticiteit, sluiten van kringlopen en klimaatverandering.

Vastgelopen
De sector schikt zich naar toenemende eisen vanuit politiek en markt. Maar verandert er écht iets? Nee, in de kern verandert er weinig. Het landbouwsysteem blíjft vasthouden aan schaalvergroting, efficiëntie en specialisatie. Sterker nog: om de kosten van luchtwassers en extra leefruimte voor dieren te dragen gaan boerenbedrijven nóg grootschaliger, nóg efficiënter produceren. Sector en onderzoek nemen de problemen weg, zodat ze op de oude voet verder kunnen gaan. Maar problemen blijven terugkomen. Er is geen écht antwoord op de nieuwe behoeften vanuit de maatschappij.

De schuld van…
Ligt het aan de boeren die zo grootschalig produceren? Aan de supermarkten die zoveel mogelijk willen verkopen? Nee, het ligt aan het systeem. Aan ons collectieve cirkeltje. Overheden maken beleid dat gericht is op grootschaligheid. Verwerkers en marktpartijen zijn ingesteld op grote homogene productstromen. Onderwijs en onderzoek richten zich grotendeels op kennis over efficiëntie. En consumenten zijn gewend geraakt aan goedkoop voedsel. Zo houden we samen ons huidige voedselsysteem in stand.

Kleinschalige antwoorden
Om werkelijk antwoord te geven op de nieuwe maatschappelijke behoeften is een er transitie nodig: een complete herdefinitie van ‘zo doen wij dat hier’. Steeds meer partijen komen met zo’n herdefinitie. Er wordt ingezet op de productie van andere rassen, op beleving, op natuurinclusieve landbouw. Ook zien we andere vormen van financiering, onorthodoxe verdienmodellen, veranderende relaties met klanten. Maar: het grootste deel van deze initiatieven blijft kleinschalig.

Twee werelden
Er ontstaan twee werelden: de wereld van het oude landbouwsysteem dat vast blijft houden aan kostprijsefficiëntie; zich in allerlei bochten wringt om te voldoen aan de nieuwe maatschappelijke behoeften. En de wereld van de kleinschalige initiatieven waar heldere antwoorden worden gegeven op de nieuwe maatschappelijke behoeften, maar die slagkracht missen en weinig impact hebben op het geheel.

Doorbraak
De doorbraak? Die ontstaat wanneer deze werelden met elkaar worden verbonden. Denk aan de Dierenbescherming die de handen ineenslaat met het reguliere systeem om dierenwelzijn op grote schaal te verhogen. Dankzij het Beter Leven Keurmerk zijn diervriendelijkere producten in de supermarkt te koop. Of denk aan Kipster dat door de samenwerking met Lidl een compleet nieuw productiesysteem realiseert: inclusief het verwaarden van haantjes.

Kracht van samen
Voor een transitie zijn beide werelden nodig: de kleinschalige initiatieven met de radicale ideeën én de slagkracht van het reguliere systeem. Door kennis en kunde uit deze werelden te combineren kunnen we ons systeem doen kantelen. Productie-efficiëntie ombuigen naar grondstofefficiëntie; kostprijsminimalisatie naar minimalisatie van negatieve impact; omzetmaximalisatie naar maximalisatie van toegevoegde waarde.

Wie durft?
Beide werelden zijn op het moment volop in beweging, maar de verbindingen die nodig zijn voor een transitie zijn schaars. Het leggen van deze verbindingen vraagt ondernemerschap: niet alleen van ondernemers en ketenpartijen, maar ook van adviseurs en ambtenaren.

Over welk initiatief ben jij enthousiast? Hoe denk jij dat we ons systeem kunnen veranderen?


 

Geschreven door gastblogger: Bart Bremmer
Complexe systemen ontrafelen, dat is waar innovatiesocioloog Bart Bremmer zich mee bezig houdt. Bart is partner bij FarmUP en maakt in opdracht van overheden en bedrijven moeilijke dingen makkelijk door overzicht te creëren en veranderkansen te signaleren. Hij richt zich daarbij op veranderingsprocessen op het platteland. Eén dag in de week houdt hij kantoor bij Imagro.

 

Deel dit bericht