Proficiat land- en tuinbouw; tijd om wakker te worden!

3 februari 2014

Speciaal voor Imagro schreef Erwin Bouwmans (Food for Thought/ Advisering Wereldvoedselvoorziening) een gastblog met de prikkelende titel 'Proficiat Nederlandse land- en tuinbouw; tijd om wakker te worden!'

Op 15 januari 2014 werd de Nederlandse land- en tuinbouw blij verrast met een bericht van Oxfam Novib. Nederland staat wereldwijd in de top als het gaat om beschikbaarheid van voedsel voor consumenten. Nederland staat ook aan de top als het gaat om een laag prijsniveau van datzelfde voedsel.

De twitters vliegen de wereld over; wat zijn we goed en wat zijn we blij. Zeker met een dergelijk bericht uit een onverwachte hoek. Inderdaad; Proficiat boeren, tuinders en complete agribusiness! Klasse gedaan! Gaande de dag veranderen de berichten wat van toon. Hans Huijbers geeft aan dat de volgende stap is om de boeren nu eens een rechtvaardige prijs te geven voor die mooie producten. En Nederland blijkt ook aan de top van landen waar obesitas een steeds groter probleem aan het worden is. Oxfam Novib heeft het onderzoek ook niet gedaan om te laten zien hoe goed Nederland het doet; maar vooral om aandacht te krijgen voor een noodzakelijke verbetering van de voedselvoorziening van voor een groot deel Afrikaanse landen onder de Sahara. En om aandacht te vragen voor het gegeven dat 500.000 mensen en meer in Engeland moeten leven van voedselhulp, terwijl het land gemiddeld in de top staat qua beschikbaarheid van voedsel.

Feitelijk is het natuurlijk niet zo vreemd dat Nederland in de top staat van een dergelijk onderzoek. Wij zijn, net als de Verenigde Staten een van de grootste exporterende landen ter wereld. Dan moet je het hebben van ‘operational excellence’. Dat betekent dat we zeer goed zijn in kostprijsverlaging, efficiencyverbetering, logistieke snelheid, etc, etc. Bij operational excellence hoort helaas ook een focus op het enige wat telt in een vrije markt; prijs en volume. Het is dus niet vreemd dat in deze markt weinig aandacht is voor kwaliteit, rendement voor de boer en tuinder, ecologische voetafdruk, volhoudbaarheid voor de lange termijn of verbinding tussen klant en boer. Dat wordt niet beloond, dus daar is in deze harde exportmarkt geen ruimte voor.

We produceren voor een markt die overvol is, tegen steeds lagere marges, met weinig respect voor andere factoren dan prijs. Dat hoort helaas bij een economisch model dat volledig versleten is, zo leert ons de bedrijfskunde. Veel volume, te weinig marge. Doorgaans zelfs productie tegen een prijs die lager ligt dan de werkelijke kostprijs. Vaak worden slechts de variabele kosten vergoed, of ietsje meer. Het gebrek aan investeringsreserve in de bakkerijwereld om ovens met asbest te vervangen, past volledig in dit systeem.

We leven helaas met erg veel mensen in de illusie dat het goed gaat met de Nederlandse landbouw of zelfs met de voedselvoorziening in de wereld. Helaas is dat een illusie!
Een mooie spiegel om deze illusies eens in te bekijken is het zeer toegankelijke boek van Jacques van Nederpelt; Acht Mythen over Voedsel en Landbouw. Verplichtte kost voor iedereen die iets vind van voedsel en voeding in Nederland en de rest van de wereld!

We leven in de illusie dat een liberale wereldmarkt met vrije concurrentie de beste situatie is voor een goede voedselvoorziening en een voldoende prijsniveau voor landbouwproducten. We leven in de illusie dat vrijhandel zorgt voor een verzekerde afzet en kostendekkende prijzen. Het tegendeel is helaas waar. Vrijhandel zorgt voor continue druk op prijzen en samenstelling en kwaliteit van ons voedsel. Het moet altijd voor minder.

We leven in de illusie dat schaalvergroting, specialisatie en technische innovatie zorgt voor een ecologisch gezonde landbouw. Het tegendeel is waar. Met steeds minder werkgelegenheid produceren we steeds meer voedsel met veel fossiele energie, forse milieudruk en belasting van overige flora en fauna. Het blijven toestaan van bestrijdingsmiddelen die duidelijk bewezen hebben dodelijk te zijn voor bijenvolken is een van de absurde voorbeelden hiervan. De uitspoeling van stikstof en fosfaat in de Brabantse Peel, maar ook in de Waikato in New Zealand, zijn andere voorbeelden.

We leven in de illusie dat, als we consumenten de keuze laten ze vanzelf zullen kiezen voor een duurzaam geproduceerd voedselpakket. De kiloknallers bewijzen helaas ons ongelijk. En de enorme inname van suiker per hoofd van de bevolking (nu een kilogram per week; tegen een kilogram per jaar in 1950) is een ander voorbeeld.

Ook zo’n illusie is dat de Nederlandse land- en tuinbouw het prima doet als exporterend land. En dat dit goed is voor de boeren zelf. O ja, hoe komt het dan, dat elk jaar 5% van de boeren het bedrijf beëindigd? En beseffen we wel dat ons batig saldo vooral afkomstig is van louter doorvoer van grondstoffen en producten als koffie, thee en cacao?

En ondertussen leven we in de illusie dat we de wereld helpen om zichzelf te voeden. Terwijl we producten tegen een prijs op een Afrikaanse markt brengen waar lokale boeren absoluut niet voor kunnen produceren. En Nederlandse of Amerikaanse boeren overigens ook niet…

We leven in de illusie dat het niet anders kan. Of kan dat wel?
Kunnen we weer verbinding maken tussen klant en boer of tuinder door korte lijntjes te maken? Kunnen we ons voedsel weer lokaal gaan produceren, of regionaal en de afzet ook lokaal of regionaal gaan organiseren. Met een marge die niet hoort bij ‘operational excellence’ maar bij ‘customer intimacy’ of ‘product leadership’?
Natuurlijk kan dat! Overal om ons heen zijn voorbeelden aan het ontstaan. Helaas worden deze initiatieven door de gevestigde orde nog vaak genegeerd of over het hoofd gezien.
Zet de illusie aan de kant dat deze mensen een bedreiging voor uzelf zijn, of dat zij dat wat u in de afgelopen jaren deed afkeuren. Het tegendeel is waar; zo blijkt uit de mooie rapportcijfers van Oxfam Novib!

Besef ook dat de broodnodige vernieuwing bijna altijd van buiten komt. En dat er dus buiten veel vernieuwing te halen is. En dit keer gaat het niet om technische innovaties om uw kostprijs nog verder te drukken. Het gaat om systeem innovaties die bouwen aan een beter verdienmodel. Zodat we uit de ratrace komen van nog meer voor nog minder, met steeds minder bedrijven en minder mensen. Zodat we terecht komen in een betrokken relatie tussen klant en producent en een fatsoenlijk prijsniveau met een goede marge!

Proficiat Nederlandse land- en tuinbouw; tijd om wakker te worden!

Erwin Bouwmans

Food for Thought
Advisering Wereldvoedselvoorziening

Deel dit bericht