Soil & More: gedaan met de geitenwollen sokken

31 oktober 2012

Waterschaarste, bodemvruchtbaarheid, voedselzekerheid: het zijn actuele zaken die alle te maken hebben met één brandende kwestie: Who will feed the world? Dit is niet langer een vraag voor filosofen in geitenwollen sokken, maar veel meer een kwestie van keihard in actie komen. Aldus Aart van den Bos, gastspreker bij de Co-sessie van 26 september jongstleden.

“Als je nu niet investeert in de keten van grond tot mond, dan loopt het verkeerd af met je organisatie. Dat is de Return On Investment van duurzaamheid: niet meedoen, betekent dat je over 5 jaar niet meer bestaat. De bodem is de basis voor onze buitenlandse business. En juist hier zie ik voor de land- en tuinbouw enorme kansen’’, aldus Aart van den Bos tijdens de Co-Sessie van woensdag 26 september. Als ondernemers niet bereid zijn echt te investeren in duurzaamheid, ecologische groei voorrang te geven op economische groei, dan zijn ze volgens hem out of business. “Kwestie van aansluiten, of de tent sluiten!”

Van den Bos, directeur van bedrijf annex denktank Soil & More is behalve een grensverlegger een autoriteit op het gebied van duurzaamheid in land- en tuinbouw op internationale schaal. “Volgens het jongste FAO onderzoek is  in 50 jaar tijd 25% van het vruchtbare landbouwareaal in de wereld verdwenen. Schokkende cijfers in een tijd dat grondstoffen schaarser zijn dan ooit. We zijn het aan de mensheid en aan de keten  verschuldigd om te investeren in de bodem. Precies op die plek waar de productieketen start. De bodem als duurzame basis voor de economie.”
Van den Bos staat niet alleen in zijn visie. Hij werkt samen met vele kleine bedrijven en organisaties, maar ook met multinationals als Unilever, Marks & Spencer, Tesco en Wal-Mart. De laatste heeft 400 bodemonderzoekers aangesteld om de bodemgesteldheid in kaart te brengen. Van den Bos: “Als je kijkt naar de koffieplantages, dan is daar over enkele jaren nog maar 10% van over. Waarom? Omdat ze veel te weinig aandacht besteden aan de bodemvruchtbaarheid. Voor Wal-Mart betekent dit een regelrechte bedreiging van hun core business.”

Compostering
Ook in een continent als Afrika is bodemvruchtbaarheid een groot probleem. De reden dat Soil & More er een grootschalig composteringsproject heeft opgezet. Hoe werkt deze compostering? Van den Bos: “Als je gewas, groenteafval en bermgras gewoon laat liggen treedt er verrotting op en vervolgens uitstoot van methaangas, dat tientallen malen schadelijker is dan CO2.Door het groenafval te composteren wordt de uitstoot fors ingeperkt. Zelfs zoveel dat er CO2-rechten mee te verdienen zijn. Vervolgens kun je deze rechten weer verkopen om een bedrijf, product of event CO2-neutraal te maken. Wij als Soil & More zitten in de zogenaamde ‘vrijwillige markt’. Maar dan nog is het van belang deze uitstootbeperking van schadelijke gassen te bewijzen. Soil & More verkoopt haar CO2-certificaten. Eén certificaat is goed voor één ton CO2. Wat we hiermee verdienen, herinvesteren we in nieuwe composteringssites. Op dit moment hebben we zes sites gerealiseerd. In 2015, door de VN uitgeroepen als Jaar van de Bodem, willen we er 15 gerealiseerd hebben.”

CO2-certificaten
Van den Bos pleit sterk voor een compensatie in de keten. “Laten we een grote carbon footprint achter tijdens de productie, dan zullen we dat moeten gaan compenseren met CO2-certificaten, afkomstig van één van de schakels in diezelfde keten. Om te bepalen hoeveel certificaten er nodig zijn om CO2-neutraal te worden, berekent Soil & More de carbon footprint voor bedrijven, events en producten.”
De CO2-certificaten staan momenteel in een register. Hun toekomst staat of valt met de voortzetting van het Verdrag van Kyoto.

Waarom certificaten?
Volgens Van den Bos kopen bedrijven in de vrijwillige markt certificaten vanuit een marketing oogpunt. “Natuurlijk speelt de reputatie een rol, evenals de wens om het eigenbelang even opzij te schuiven. Voor sommige bedrijven is het puur een license to produce. Niet meedoen betekent dat er in sommige branches niets meer te halen valt. Bovendien wijst onderzoek nu al uit dat het bedrijfsresultaat profiteert van duurzaam ondernemen. Wal-Mart heeft wat dat betreft natuurlijk een fantastisch voorbeeld gegeven en een trend gezet. Bedrijven als Unilever, Pepsi en Tesco gaan zelfs zover dat ze hun toeleveranciers verplichten om een duurzame productie na te streven.”

Imagro
Voor Imagro heeft de Co-sessie met Van den Bos enkele belangrijke sporen voor de toekomst geopend, zo zegt communicatieadviseur Marga te Velde: “We zullen ons verder moeten gaan verdiepen in de ontwikkeling van allerlei nuttige duurzaamheids-apps. Tegelijk is het besef gegroeid dat communicatie richting de consument over CO-neutrale productie en producten grotendeels nog onontgonnen terrein is. Werk aan de winkel dus!”

Deel dit bericht