Survival of the sexiest, Darwin voert vooruitgang?

3 oktober 2013

Gistermiddag mocht Imagro als partner van het Feed Design Lab pitchen voor de groep van (Founding) partners, een kennis en kennissenmeeting bij de Rabobank in Horst aan de Maas.
Gevraagd werd om een prikkelende pitch te presenteren over de gewenste ontwikkelingsrichting van de sector.

Hier mijn relaas van 5 minuten: ,,Afgelopen uur ging het vooral over techniek en technische innovaties. Ik pleit echt enorm voor sociale innovaties en vernieuwingen die veel verder gaan dan het vaak enkelvoudig of linair denken wat we nu in de veevoersector zien. Het gaat niet om verbeteren maar om dwarsdenken, nieuwe cross-overs en co-creatie. De BMI van de sector is slecht. De body mass index. De sector is log, traag en niet slagvaardig en wendbaar. Terwijl dat juist van evident belang is om in de toekomst te overleven. Dat heeft Darwin ons geleerd in zijn boek van 1869. Hij schreef over de Survival of the fittest. Niet de sterkste, grootste machtigste in de soort overleeft, maar degene die het meest adaptief is. Wie kan zich het snelst en best aanpassen aan de veranderende omgeving? De feedsector is goed bezig, aangevoerd door de grote vijf zowel internationaal  met Global Issues als soja, GMO, gat van Rotterdam, gezonder en beter voer. En ook nationaal en regionaal. Maar ze is niet fit, niet klaar.

Meer doen met minder dieren, dat zou wel eens de nieuwe uitdaging kunnen zijn. Minder dieren = meer concurrentie en er is weinig echte differentiatie of blue ocean gehalte in de voerwereld.  Ik droom wel eens van een Feed Differentiation Lab. Weinig mensen weten dat Darwin een aantal jaren later aan het eind van de 19e eeuw nog een boek schreef. De titel? Survival of the sexiest. Hij vroeg zich af: hoe kan het zo zijn dat de papagaai met al zijn veren en kleurenpracht zich toch staande houdt in het grote boze oerwoud met al zijn predatoren? Een pappagaai die zich juist niet aanpast aan zijn omgeving als een kameleon, maar juist een het tegenovergestelde. Zich afzet tov zijn omgeving? Het antwoord, niet alleen adaptief vermogen, ook sexy vermogen, echt onderscheid en daarmee indruk maken op de andere sexe leidt tot overleving. Onderscheid en marketing dus!
Dat is wat de voersector in mijn optiek zou moeten doen:

  • van BMI (analyse van jouw bedrijf en de sector)
  • naar Beleving (wat gaan we nu anders doen, hoe staan we in contact met onze omgeving, van huidige identiteit via gewenste identiteit naar gewenst imago)
  • naar Betekenis (kleine doelen, stel jezelf open ook voor leefbaarheid in de dorpen en doe er wat aan behoudens veel werkgelegenheid ook eens de poort openen voor de Fanfare en ook grote ruwharige doelen stellen die eigenlijk onhaalbaar zijn, maar die passie op de lijn zetten om dat doel te behalen, nieuwe concepten van feed naar food, voorwaartse integratie,van bulk naar toegevoegde waarde in de hele keten: het bronsgroen eikelvoer?). 

Alle issues in de veehouderij en daarmee in de voersector gaan in mijn optiek over drie zaken:

1) Leefbaarheid: een voerfirma en een veehouderij worden tegenwoordig gegund, niet meer vergund. De burger en consument bepalen of we mogen produceren, niet de overheid.

2) Eetbaarheid: consumenten vertrouwen het eten en de keten niet meer. Wat is waar? Dat gaat over Lekker Weten, over tracking en tracing, over de transparantie (benchmark) over vertrouwen en wantrouwen

3) Fanbaarheid: krijgen we fans mee? Hebben we zelf naast techical skills ook juist social skils? Krijgen we volggroepen ipv doelgroepen? Ook de voersector moet van last naar lust. Van gedogen naar applaus. Van tolereren naar accepteren naar waarderen. Veel meer fans dus die zelf positief zijn over deze mooie sector geboren op de grondvesten van the Dutch Windmill.
Feed Design Lab. Hungry for knowledge. Dat is de lijn. Design moet echter breed gevoeld en gedragen worden: niet alleen het ontwerp, of de verpakking maar juist ook de nieuwe inhoud, nieuwe cross-over is van belang. En stel daarbij niet grijze middelmatige doelen maar grotere doelen: bijvoorbeeld Gezonde mensen gezonde dieren, optimale balans tussen mens en dier.  Met de voersector en FDL voorop kunnen we Nederland Gidsland weer op de kaart zetten, maar dan moeten we wel groter denken en grote doelen bereiken. Antibiotica is de tikkende tijdbom in de veehouderij, dat kan de voersector oplossen op korte termijn. Want Leefbaar Eetbaar Fanbaar. Kort dat eens af. Er is L.E.F. nodig voor vernieuwing. En daarmee worden we opnieuw fit en sexy.

Deel dit bericht