Belgische les voor Limburgse Campus

19 april 2013

Eén van de meest inspirerende mensen die ik afgelopen jaren mocht ontmoeten was ongetwijfeld Martin Hinoul, meesterbrein achter de succesvolle Campus uit Leuven. Hinoul is in mijn ogen één van de groten der aarde. Wat een kanjer. Speelt champignons-league. Ex-Washington, ex-Shanghai, en de laatste 15 jaar de man achter Leuven start ups. Hinoul bracht zuurstof in een levenloze ruimte door in Leuven werkwoorden in serie te schakelen: Ontmoeten Ontdekken Ontwikkelen en Ontginnen.

Wat begon met braak terrein en een schamele 12 miljoen seed capital is nu een technologische topregio met ca 200 nieuwe bedrijfjes, zogenaamde start ups als spin off van de Universiteit Leuven met een omzet van ca 2,5 miljard euro. U leest het goed. 2.500.000.000 euro. De architect achter de ca 300 hectare Campus in Leuven (zo groot als Venray, maar brandpunt in de wereld van toptechnologie), is nu met zijn laatste huzarenstuk bezig in opdracht van de man die vorige week Nederland aandeed: Poetin zelf. Hinoul bouwt gestaag door; onder Moskou  een campus van ca 400 hectare samen met andere wereldspelers als Google, Microsoft Yahoo, Cargill etc.

Als we gaan denken, denk dan - klein gefocust - in het groot. Vergelijk dat eens met ons gepolder onder onze Nederlandse glazen kaasstolp. Een tijdje geleden geleden ontspon zich een debat in de politiek over het feit dat wij (in casu Maastricht) teveel buitenlandse studenten zouden aantrekken. Dat kost de belastingbetaler 6.000 euro per student per jaar aldus een aantal criti-politici. Volgens Hinoul verzuimen deze criticasters te zeggen dat de wereld een dorp is en elke student 32.000 euro oplevert aan inkomsten.

Hinoul gaf in onze ontmoeting 2 gouden tips voor succes;

  • : = x. Wie kan delen kan ook vermenigvuldigen. Intellectual Property, dure woorden voor intellectuele eigendommen als octrooien en copyrights, kortweg IP, moet je niet angstvallig vasthouden maar juist af willen geven. Dat is een weeffout in het Nederlandse Triple Helix model of voormalige OVO model, het succesvolle drieluik Overheid Voorlichting Ondernemerschap waarop de agro food sector is gebouwd. Wij Nederlanders hebben een cultuur met trekjes uit de nalatenschap van onze VOC handelsmentaliteit. Tot in onze tenen en genen. En dat speelt ons parten. Wij kunnen of willen aan de voorkant te weinig delen. En kunnen daardoor niet vermenigvuldigen. In de ogen van Hinoul moet je juist het leeuwendeel van IP delen en aan de intrinsiek gemotiveerde nieuwe bedrijfjes – veelal jonge ondernemers, de zogenaamde start ups - geven. Immers als we een start-up extra motiveren, halen we bottom-line op een duurzame manier ook veel meer waarde en winst op. Wij Calvinistische handelaren durven echter weinig tot niets af te geven, bang dat de collega of concurrent er met de winst vandoor gaat. In de land- en tuinbouw gunnen we soms de ander het verlies nog niet. Een voorbeeld: als een professor 80 % van het IP afgeeft aan een gemotiveerde ondernemer - in plaats van 20 % - weet ik zeker dat de ondernemer harder gaat rennen en meer gemotiveerd is en dat de andere persoon, vaak de professor (= dan progressor) of de octrooi- of IP-houder, die tot in lengte van jaren bottom-line veel meer verdiend aan zijn 20 % pakket omdat het totaal veel groter is. Immers door de groei van de start up is niet het vele goed maar het goede veel meer, omdat het duurzaam doorloopt. Ezeltje strekje.
  • focus on focus. In zijn Belgische Leuven koos Hinoul sec en 100 % alleen voor Toptech en niets anders, hoe attractief de aanbiedingen ook waren. Geen (synergie op)  Top-tech dan kun je niet meedoen. Vertaal dit eens naar onze Hollandse delta of Venlose Visie. Nederland zou in mijn ogen moeten excelleren op slechts een paar zaken en daarop doorkiezen en vasthouden aan die keus. Kiezen om gekozen te worden. En dus kiezen voor slechts 2 topsectoren; alleen agrofood en logistiek/water. Daar moeten we op investeren. Immers als er wereldwijd de komende 2 decennia 20 steden bijkomen van meer dan 20 miljoen mensen dan zullen deze a) aan het water liggen en b) via een dichtbij-netwerk van slagaders, aders en haarvaten gevoed moeten worden op een ingenieus systeem. Laten we dat kunstje nu net als geen ander kunnen. Ook in Venlo. The Dutch did it again. First we put the finger in the dike, and than we feed the World. Wie volgt?

 

Roger Engelberts – Imagro Strategie & Creatie voor Agri Food en Buitengebied en voorzitter van de door de Provincie Limburg en LLTB ingestelde Denktank ZoZietLimburgDieren

 

Deel dit bericht