door Marjan Welvaarts

Markt transformatie, tuinbouw als topper

Is de Nederlandse tuinbouw eenzelfde lot beschoren als de landbouw of veehouderij, die dertig procent moet krimpen? Aan de hand van twee praktijkcases, World Horti Center en Horticultural Days Dubai, licht onze Marjan Welvaarts toe dat de tuinbouw zélf de markt transformeert vanuit een maatschappelijk relevante vraag. Hoe organiseren we op een duurzame manier voldoende gezonde voeding voor mijn regio? De sector trekt zichzelf telkens weer aan zijn eigen haren ‘Vooruit naar Vernieuwing’.
Interview uit KAS Magazine
 
Wat als het kabinet voorschrijft dat het areaal kassen vanwege duurzaamheidsredenen met dertig procent moet worden teruggebracht in Nederland? Klinkt (nog) niet aannemelijk, maar dat is wel aan de hand bij zustersector landbouw. Recent stond er een abri op de Dam met daarop een pittige oproep om te stoppen met zuivel. De online reacties hierop wezen uit dat dit denkbeeld inmiddels een groeiende groep volgers heeft. Inmiddels wordt de dierhouderij gezien als oplossing voor onder andere het CO2- en stikstofprobleem, en is dus het bokje namens de maatschappij. Niet helemaal eerlijk natuurlijk. Volgens Lely is het zelfs het probleem verleggen: de Nederlandse koe produceert per liter melk namelijk maar de helft van de CO2 dan elders in de wereld.

Hier wil ik graag de parallel trekken met de tuinbouw. De Nederlandse hightech kas is de duurzaamste van heel Europa volgens Wageningen UR. Uit onderzoek blijkt dat de hightech kas in Nederland het hoogst scoort op zeven van de veertien indicatoren voor SDG’s die relevant zijn voor de tuinbouw, in vergelijking met andere kassen die in Europa gebruikt worden. Bij deze teeltmethode wordt namelijk maar heel weinig water (bij teelt op substraat de helft minder dan bij teelt in de vollegrond) en land (75+% minder dan bij andere teeltmethoden) gebruikt en is er vrijwel geen emissie van meststoffen. En bij 100 procent van de hightech telers is biologische bestrijding van plagen de standaard. Waar een tomatenteler in Spanje gemiddeld zo’n 20 kilo tomaten per vierkante meter oogst, is de opbrengst in een hightech kas al snel 70 tot 90 kilo tomaten per vierkante meter. En dit loopt op tot ver boven de 100 kilo bij de belichte teelten. Veel mensen denken wellicht dat broeikasgassen het enige probleem zijn, maar als je naar de consumptie van ons voedsel kijkt, beslaat dat slechts twintig procent van onze energieconsumptie. Dat lijkt veel, maar negentig procent van het water zit in voedsel en bijna honderd procent van het landgebruik zit in voedsel. Wat bedoel je? Duurzaamheid is daarom een nietszeggende term en tegelijkertijd allesomvattend.

Hoe laten we ons niet verrassen? Hoe rijden we mee op de golven en profiteren we van de wind en de stroming? De afgelopen tijd heb ik mee mogen werken aan verschillende mooie trajecten die hier een goed voorbeeld van zijn. Alhoewel het duwen, trekken en balanceren is, maken we stappen. Kenmerkend voor deze projecten is dat er over de eigen schaduw wordt gestapt.
 
E-Grow paviljoen WHC
Hoe gaaf is het dat we als tuinbouwsector een fysieke locatie hebben, een clubhuis. Kent er iemand een soortgelijk voorbeeld namens de bouw, de bakkers, de zorg, of een andere sector? World Horti Center (WHC) is werkelijk uniek. Iets waar andere sectoren niet eens van durven dromen. Recent bracht Jack Ma, mede-oprichter van Alibaba Group en grootste filantroop van China, een bezoek aan Nederland, aan WHC. Met als doel de voedselvoorziening voor zijn regio te organiseren. Dit soort personen is vaak niet geïnteresseerd in technische details. Ze zoeken
naar een oplossing en vooral partijen die een bijdrage kunnen leveren aandeze oplossing. Het E-Grow paviljoenmis de perfecte landingsplaats voor deze doelgroep. Hier wordt het holistische verhaal verteld over hightech tuinbouw namens de top van de Nederlandse tuinbouw. Een verhaal in begrijpelijke en visuele taal. Over de verschillende teeltmethodes met de bijbehorende voor- en nadelen, over waterverbruik, over de inzet van technologie en over toekomstige gewassen. Nu het paviljoen is gerealiseerd, stappen we door naar de volgende fase: activering. We werken aan een programma waarbij we als gezamenlijke partijen openheid geven over verschillende pre-competitieve onderwerpen. Met als resultaat de huidige uitdagingen samen beet te pakken en oplossingen te bieden. Denk hierbij aan het bouwen van het juiste verhaal richting de consument of de investeerder. Het unieke is dat we dit gezamenlijk doen, met de participanten van het paviljoen, maar ook samen met andere initiatieven, onder andere de Learning Community en de Indoor Farming Community Nederland.
 
Horticultural Days, Expo Dubai
Een ander initiatief waarbij ik betrokken was, waren de Horticultural Days in Dubai. Onderdeel hiervan is een dag die werd georganiseerd door Dutch Greenhouse Delta namens hun partners. Samen hebben we het verhaal geschreven dat namens de Nederlandse bedrijven in de tuinbouwsector wordt gebracht richting de doelgroep in het Midden Oosten en daarbuiten. Een doelgroep met een essentiële behoefte: hoe organiseer ik op een duurzame manier voldoende gezonde voeding voor mijn regio? Hiermee richten we ons op de investeerders en beleidsmakers. We zijn hierbij pas geslaagd als deze doelgroep is overtuigd dat Nederland de oplossing kan bieden. Het enige dat hiervoor nodig is, is vertrouwen geven dat we dit kunnen als consortium. Door middel van het vertellen van een éénduidig verhaal gestoeld op
kennis en ervaring.
 
Beide projecten zijn goede voorbeelden van systeemveranderingen, van markttransformatie. Voorbeelden waar het systeem ‘ieder-voor-zich’ wordt losgelaten en waar de ‘willing-and-able’ samen optrekken naar een nieuwe fase. Dit is kenmerkend voor transitie. André Nijhof en Lucas Simons hebben een theorie geschreven achter transities, genaamd ‘Changing the game’. Deze is toepasbaar voor de voedselindustrie, maar zeker ook daarbuiten. Hierbij geven ze aan dat het systeem losgelaten dient te worden om transitie te organiseren. De theorie bestaat uit van vier fases. In iedere fase hebben de verschillende stakeholders – industrie, overheid, NGO’s, financiële instellingen en onderzoeksinstellingen – andere rollen en taken.

Hightech tuinbouw bevindt zich in de zogenaamde puberteitsfase, de fase van de first movers. Koplopers pakken volop hun voordeel, nieuwe standaarden worden gezet, en iedereen is druk met positioneren door zich te onderscheiden. We zijn dol op de lijstjes waar we graag zo hoog mogelijk scoren, denk aan Ranking the Grower, de Hillenraad en de Tuinbouw Ondernemersprijs. De overheid en de financiële instellingen doen hier nog een schepje bovenop door de marktleiders extra te belonen. Als we blijven hangen in deze fase dan komen we als sector niet verder, en al helemaal niet als Nederlands cluster. We willen toch allemaal dat hightech tuinbouw de wereldwijde standaard wordt? Om hier te komen moeten we doorpakken naar de volgende fase, de jongvolwassen fase, oftewel op naar de critical mass. Hierbij dienen we als sector een strategie te definiëren, ezamenlijke platforms en coalities op te richten en samen te werken. Hier is lef voor nodig. Als we dit niet doen, dan is het wachten op een trigger die ons dwingt te veranderen. Denk aan de dierhouderij, zij hebben inmiddels weinig keus meer.
 
 
 

Ook geschreven door Marjan Welvaarts:

> Corona reset: blik op de toekomst

Deel dit bericht

Meld je aan voor onze I-mailing

In onze I-mailing houden we je periodiek op de hoogte van de laatste ontwikkelingen bij Imagro. Nieuwe projecten, inspirerende blogs, openstaande vacatures én andere leuke weetjes. Vul je gegevens in wanneer je de I-mailing wil ontvangen.