Minder regels, 2 tact olie voor agrofood-motor

19 mei 2014

De Brabantse veehouderij is de afgelopen decennia verworden van vertrouwenwekkende smeltkroes (KPJ, NCB, oogstdankviering) tot kruitvat vol wantrouwen (Knak de worst). En als het volk zich roert schiet de overheid in de vaste stuip. Een antireflex van meer regeldruk. Meer gaan meten, want dat is hard. Fout! Ratio wint het nooit van emotie, sentimenten altijd van argumenten. En zo komt er zand in de Brabantse agrofoodmotor die zich begeeft in de top 5 van agrifood-gebieden wereldwijd! Een prachtige proeftuin op het zuiden, één van de belangrijkste maakindustrieën van Nederland: 80 miljard export, 2 op de 10 Brabanders werken er (in)direct. En ja, een provincie zonder maakindustrie heeft geen innovatiepotentieel en daarmee geen turbo op de kenniseconomie.

Veehouders kampen vandaag met een complex van regelgeving vanuit Brussel, Den Haag, Den Bosch en lokale gemeenten. Daarbovenop stellen de ketenkwaliteitssystemen nog eens aanvullende eisen. Het moet niet gekker worden, zelfs de dialoog tussen boer en burger is nu bij wet geregeld. Het stapelen van regel op regel die vaak haaks op elkaar staan beperkt alleen de speelruimte voor veehouders. Het resultaat is dat we houden wat we hebben: een in alle opzichten onduurzame veehouderij. In plaats van krijgen wat we graag zouden willen: een in alle opzichten duurzame veehouderij; Volhoudbaar Verschillig en Volwaardig.

De toenemende regeldrift frustreert iedereen. Door het woud aan regels zien boeren het bos niet meer en stoppen met nadenken over nieuwe wegen voor ontwikkeling. Burgers blijven argwanend omdat zij het aloude patroon bespeuren: grootschalige ontwikkeling van ‘eenvormige' veehouderij. En boeren volgen en masse de kostprijsroute: maximaal ontwikkelen binnen de geboden ontwikkelingsruimte. Slechts een enkeling baant zijn eigen pad en laat een spoor na. Daarmee zitten we nog steeds op de snelweg van meer wantrouwen in plaats van de afslag naar herstel van vertrouwen tussen boeren en burgers. 

Hoe komen we uit dit duivelse dilemma? Simpel en eenvoudig. Alle tandwieltjes in de motor van het buitengebied moeten als één geheel gaan draaien. Samen werken. De overheid gaat  daarbij inzetten op 2-tact olie om de motor weer aan te slaan. 2-tact olie als symbool voor 2-sporen beleid. De 1e tact gericht op overbelaste gebieden. Hier continueert de provincie de huidige lijn van (boven)wettelijke regels voor bedrijfsontwikkeling en werkt ze gericht aan minder overlast. Parallel hieraan steekt diezelfde overheid zijn nek uit met het 2e tact. Geef  eenduidige goed te communiceren randvoorwaarden op bedrijfsniveau in gebieden met ontwikkelingsruimte voor veehouderij. Hier ondersteunt de overheid boeren én burgers juist actief in het proces van co-creatie en co-operatie van de veehouderij van de toekomst. Geef ruimte aan "high trust farming". Lokaal draagvlak en vertrouwen vormen daarbij de kiem voor bedrijfsontwikkeling. Yes Ownership In My Backyard. Burgers denken én doen actief mee!

Een duurzame gezonde toekomst voor sector en platteland kan alleen ontstaan door ont-regelen, ont-schotten en ont-grenzen. Iedereen ziet in dat extra regels een dodelijke cocktail vormen voor de gewenste dynamiek in de plattelandseconomie. De Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij is nu een aanscherping van beleid bovenop de wet. Voer voor juristen, wat alleen maar financiële verliezers oplevert, behoudens die juristen. In een tijd dat de eerste failliete Brabantse boeren zich melden. De enige oplossing om uit deze veehoudgreep te komen, is samen een stip aan de horizon te smeden, een ambitieus doel – denk aan een deltaplan dierlijk voedsel - waar we ZIN in hebben met zijn allen. Gefaciliteerd door vadertje staat die zijn nek uitsteekt voor een vernieuwende aanpak. Buur Limburg heeft die stip ingekleurd met een brandend verlangen: in 2025 is elke veehouderij in Limburg een lust voor haar omgeving. Boeren, buren, burgers en beleidsmakers werken samen aan deze ambitie. 

Op de HAS Hogeschool noemen we dat exploratief onderzoeken en ondernemen. Eén van de meest effectieve manieren van innovatie en co- creatie is namelijk gewoon doen; het smeden van een nieuwe  combinaties. Markt x Maatschappij = Betere Beweging (ontleend aan Pater van den Elzen, stichter van de coöperatieve Brabantse gedachte ruim 100 jaar geleden). Het is tijd voor nieuwe co-operaties en co-creaties voor een duurzame veehouderij. Nieuw coöpereren. Overbrug  de kloof tussen producent en consument via een welbegrepen eigen belang. Bijvoorbeeld de mond. Want boeren zijn in de huidige tijdgeest niet langer veehouders maar voedselproducenten. En eten… verbindt! Eten is één van onze belangrijkste sociale bezigheden. Eten = sociale media.

De overheid moet ont-regelen. Alleen zo kan met ideeën en co-creaties de vastgelopen motor weer uit het Peelzand worden getrokken. En de nieuwe toekomst is er al. Dat is geen hogere wiskunde. Koplopervoorbeelden zijn er genoeg: De Guijt van Hutten, Van Heinde - een nieuw concept (super)markt tegenover de HAS, De Hoeve (agrarisch ondernemer 2014, Brabander Hans Verhoeven), Good Farming Star, Heijde Hoeve, Herenboeren in Boxtel waar 200 consumenten samen een boerderij rondzetten. Geef deze voorlopers een bonus, in plaats van de achterhoede een malus te geven. Daarmee voorkom je een zesjescultuur, zelfdodelijk in de huidige internationale moordende concurrentiestrijd. Immers, alleen een sterke kopgroep genereert een jagend peloton.

Daarom een appèl aan het provinciehuis: ga uit van minder Hoofd (ratio en regeldruk), meer Hart (gezamenlijke passie en gevoel) en vooral – en daar is Brabant kampioen in: meer Handen (niet lullen maar poetsen).  Samen WERKEN aan die nieuwe stip door praktijkbewijs te laten zien. Dan ontstaat er geloof en eigenaarschap. Alleen met gedeeld eigenaarschap ontstaan er weer verbindingen en daarmee slagaders in de Brabantse plattelandseconomie.

Roger Engelberts Lector Co-Operatie & Co-Creatie HAS Hogeschool
Han Swinkels Lector Duurzame Veehouderij Ketens HAS Hogeschool

Deel dit bericht